Je hoeft jezelf niet te verlaten om geliefd te zijn
Wat als onvoorwaardelijke zelfliefde niet betekent dat je alles aan jezelf moet liefhebben?
Hoe vaak passen we ons aan om erbij te horen?
Hoe vaak slikken we iets in, zeggen we geen nee, houden we ons stil of
gaan we mee met wat de ander nodig heeft?
Misschien omdat we ergens geleerd hebben dat veiligheid buiten onszelf ligt.
In de nabijheid van een ander.
In harmonie.
In goedkeuring.
In het gevoel dat iedereen tevreden is.
En soms werkt dat ook.
Tot het niet meer werkt.
Tot je merkt dat je jezelf onderweg een beetje bent kwijtgeraakt.
Niet omdat je er bewust voor kiest jezelf te verlaten. Maar omdat ergens diep vanbinnen de overtuiging leeft: "als ik mezelf blijf, verlies ik misschien de verbinding met de ander en dan hoor ik er niet meer bij."

Wat als veiligheid ergens anders begint?
De voorbije tijd ben ik zelf steeds meer gaan voelen hoe wezenlijk veiligheid is. Niet alleen de veiligheid die een ander je kan bieden. Niet de omstandigheden die eerst helemaal goed moeten zijn.
Maar de ervaring van veilig zijn bij jezelf.
Kunnen blijven bij wat je voelt.
Ook wanneer het ongemakkelijk is.
Ook wanneer je verdrietig, boos, onzeker of bang bent.
Ook wanneer een deel van jou iets anders wil dan wat er van je verwacht wordt.
Tijdens een retraite in Ierland kreeg dit thema opnieuw andere lagen. Want wat betekent veiligheid bij jezelf wanneer je veel waarneemt? Wanneer woorden, beelden, gevoelens en sensaties voortdurend bij je binnenkomen? Misschien betekent het dan niet dat je jezelf kunt afsluiten voor wat er om je heen gebeurt.
Maar dat je steeds beter leert luisteren naar wat jij nodig hebt te midden van alles wat je waarneemt.
Wanneer wil ik meebewegen?
Mee lachen.
Mee wandelen.
Samen ervaren.
En wanneer voel ik dat ik opnieuw wat afstand nodig heb?
Om stil te worden.
Om alleen te zijn.
Om mijn eigen proces te volgen.
Ik noemde het voor mezelf bijna speels ‘kudde-tijd’ en ‘alleen-tijd’.
Niet omdat het ene beter is dan het andere. Maar omdat beide er mogen zijn. Ik hoef mezelf niet te forceren om mee te doen wanneer mijn binnenwereld om ruimte vraagt. En ik hoef mezelf ook niet terug te trekken wanneer mijn hart juist verlangt naar verbinding.
Ik mag luisteren.
Naar mijn lichaam.
Naar mijn gevoel.
Naar dat stille weten vanbinnen.

En tegelijk kan je merken hoe gemakkelijk oude overtuigingen zich daar nog tussen bewegen. Wat houdt je soms tegen om daadwerkelijk te doen wat je diep vanbinnen al weet? Welke overtuigingen lopen nog zo stilletjes met je mee?
Overtuigingen die misschien al veel ouder zijn dan jijzelf.
Meegekregen vanuit je vrouwelijke lijn.
En andere die onderweg in je eigen leven zijn ontstaan.
Over wat het betekent om erbij te horen.
Om lief gevonden te worden.
Om rekening te houden met anderen.
Om beschikbaar te zijn.
Om niet lastig te zijn.
Om sterk te zijn.
Soms zijn ze zo vertrouwd geworden dat je niet eens meer merkt dat ze er zijn. Tot je vertraagt. En luistert. Misschien is dat wel een vorm van onvoorwaardelijke zelfliefde. Niet dat je alles aan jezelf mooi moet vinden. Niet dat je altijd mild, rustig of liefdevol moet zijn. Maar dat je ook die delen van jezelf niet hoeft weg te duwen.
Ook wanneer er schaamte is.
Schuld.
Angst.
Verdriet.
Dat je mag zeggen:
“Ook dit ben ik.
Ook hier mag ik blijven.
Ook nu hoef ik mezelf niet te verlaten.”

Liefde en grenzen
En misschien ontstaat vanuit daar iets nieuws. Een grens hoeft niet te betekenen dat je de ander afwijst. Een 'nee' hoeft niet te betekenen dat de verbinding verloren gaat. Soms is een grens juist een manier om bij jezelf te blijven. Omdat je voelt wat voor jou klopt. Omdat je jezelf serieus neemt. Omdat je niet langer over jezelf heen hoeft om de liefde, goedkeuring of veiligheid van een ander te behouden.
Een zachte kracht.
Vanuit buikkracht.
Met een open hart.
Op mijn plek.
Geland.
En blijvend.
Wanneer je jezelf niet langer hoeft te verlaten om verbonden te blijven, verandert ook de ontmoeting met de ander. Je hoeft jezelf niet meer anders te maken om nabijheid te ervaren.
En ontstaat er ruimte.
Ruimte voor jezelf.
Ruimte voor de ander.
Ruimte om elkaar werkelijk te ontmoeten.
Van hart tot hart.

Misschien mag je na het lezen van deze woorden even bij jezelf blijven.
Voelen wat er geraakt werd.
Luisteren naar wat zich aandient.
Zonder het meteen te hoeven begrijpen of veranderen.
En als je voelt dat je hierover wilt delen, iets wilt onderzoeken of gewoon even wilt kennismaken:
je bent welkom.
Kom zoals je bent.
Met alles wat er is.
Van hart tot hart.
Caroline





Opmerkingen